leestijd: circa 4 minuten.

14/02/2018

Met de gevleugelde woorden “met een diploma Rechten kan je nog alle kanten uit” stortte ik mij een zevental jaar geleden in een hachelijk avontuur. Een rationele partnerkeuze bij gebrek aan beter. Blind Getrouwd avant la lettre, zoiets.

Was het liefde op het eerste gezicht? Niet echt. In mijn eerste examenperiode kwam ik niet verder dan een schamele twee op zes. Enkel Argumentatieleer en Rechtsfilosofische stromingen hadden mij blijkbaar voldoende kunnen triggeren. Misschien was het toch ook deels te wijten aan de minimaal geleverde inspanning. Een ‘middelenverbintenis’ heet dat, zo leerde ik nog datzelfde jaar. Er kan van een gemiddeld eerstejaars rechtenstudent in dezelfde concrete omstandigheden (lees: met een overdosis aan zijprojecten en een turbulent sociaal leven) slechts verwacht worden dat hij zijn best doet. Geen enkele garantie op een bepaald resultaat dus. Hadden mijn arme ouders dat begrip toen maar gekend.

Dat tweede semester maakte mijn – tot dat ogenblik eerder functionele – verhouding met het recht een verregaande evolutie door. Waar ik eerder nog stiekem durfde te overwegen mijn partner te verlaten voor een ander, begon ik mijn metgezel stilaan naar waarde te schatten. Het gras is niet noodzakelijk groener aan de overkant, zo wist ik mezelf te vertellen.

Eens ik besloten had mijn rol als koele minnaar te lossen, kon ik eindelijk tijd investeren in mijn relatie. Vier jaar lang spendeerden we talloze dagen en nachten samen. In bed, in de zetel, aan mijn bureau (ons favoriete plekje)… We waren bij wijlen onafscheidelijk. Mooie liedjes duren helaas nooit lang. Die verregaande verwevenheid begon een steeds zwaardere druk te leggen op de relatie. En op een gegeven ogenblik eiste dat zijn tol. De verstikkende cocon waar ik mij in bevond, deed me happen naar adem. De studententijd kwam stilaan op zijn einde en ik moest naar de toekomst kijken. Is dit echt iemand waar ik mezelf voor de rest van het leven bij zie? Hoe kan ik zeker weten dat dit het is als ik nooit iets anders gekend heb?

Druppelsgewijs begonnen de koppeltjes in mijn nabije omgeving zich te settelen: de ene met de advocatuur, de andere met het notariaat. De logische volgende stap voor velen. Niet voor mij. Ik besloot een andere weg in te slaan, nieuwe horizonten op te zoeken. Eén jaar lang had ik een passionele romance met een ManaMa-opleiding. ‘Meertalige Bedrijfscommunicatie’ was de naam. Noem het gerust de absolute tegenpool van mijn eerdere lief: spontaan, onvoorspelbaar, gedurfd, spannend en bij ogenblikken onuitstaanbaar chaotisch. En hoewel ook dat geen match made in heaven was, opende het wel mijn ogen. Ik wist eindelijk wat ik wou: een beetje meer van dit, maar niet te veel. En mijn eerste relatie had, achteraf gezien, toch ook wel wat positieve kanten. Vreemd dat zoveel individuen dit denkproces moeten doormaken als je weet dat de Oude Grieken het al veel eerder gesnopen hadden. “These, antithese, synthese”, nietwaar Heraclitus?

Zo belandde ik na veel vijven en zessen terug bij mijn oude liefde. Na lang debatteren en filosoferen – zo leverden die inzichten uit dat eerste semester toch nog iets op – zijn we “opnieuw begonnen”. Een “frisse start” met een “schone lei”.

Zoals bij elk koppel blijft het met pieken en dalen, dat wel. Toch heeft de onzekerheid van in de beginperiode plaats geruimd voor een solide verstandhouding. We hebben ondertussen een compromis bereikt. Volledig in lijn met de tijdsgeest van vandaag bevind ik me nu in een ‘open relatie’. Noem het bindingsangst, maar een eeuwige, monogame verbintenis met het recht zie ik mezelf niet aangaan. Er is meer dan één ‘type’ dat bij je past. Dat is toch mijn standpunt. Of mijn deelgenoot daar net zo over denkt, valt moeilijk in te schatten.

In ieder geval mag ik nu wel kijken naar andere domeinen (marketing, technologie, politiek, etc.). Ik mag ze zelfs aanraken. Ik zie het als een gezonde vorm van kruisbestuiving. En ik kan het iedereen aanraden.

 

Geschreven door Edward Huyghe.