Vandaag de dag is “the rise of the machines” niet meer te stoppen. Verschillende vormen van robotica en machine learning zijn al ingeburgerd in ons dagelijks leven. Denk maar aan speelgoedrobots, automatische stofzuigrobots en chatbots.

We kunnen ons de vraag stellen hoe we deze robots (juridisch) moeten kwalificeren. Is een robot een creatief brein, een loutere uitvoerder of een artiest die over auteursrechten beschikt?

Waarom stellen we ons deze vraag?

Het auteursrecht verleent aan de eigenaar twee soorten rechten. Enerzijds heb je de vermogensrechten, die de auteur de mogelijkheid geeft om zijn creatie te exploiteren en inkomsten te genereren. Anderzijds heb je de morele rechten. Deze proberen de band tussen het werk en de auteur te beschermen, zoals het recht op vaderschap. Het lijkt ons evident dat een artificiële intelligentie zich op geen van beide rechten zal willen of kunnen beroepen. Het zal daarentegen wel van belang zijn voor de opdrachtgever achter de AI om eventueel ruchtbaarheid te geven aan de creaties van zijn software en om bepaalde rechten af te dwingen. Je kan je ook terecht de vraag stellen of een AI, als onsterfelijk object, zijn auteursrechten dan eeuwigdurend zou kunnen uitoefenen. Dit in tegenstelling tot het auteursrecht bij natuurlijke personen dat een duurtijd heeft tot 70 jaar na het overlijden van de originele auteur. Ten slotte rijst nog de vraag wie zal opdraaien voor eventuele negatieve gevolgen van het auteursrecht, zoals bijvoorbeeld wanneer een werk een inbreuk maakt op de intellectuele eigendom van een ander werk.

Een denker

Een systeem van kunstmatige intelligentie is niets meer dan een software-algoritme, maar wel een algoritme dat creatief is, onvoorspelbaar, autonoom, rationeel, precies en in staat om vrij te kiezen tussen de gegeven alternatieven. We zouden deze systemen kunnen beschouwen als rechtssubjecten met een bewustzijn dat rechten en verplichtingen heeft of we zouden hen kunnen beschouwen als (rechts)objecten die volledig onder de controle en toezicht van mensen vallen.

Om na te gaan waarom AI-systemen als subjecten kunnen worden beschouwd is het belangrijk om te weten hoe deze AI-systemen werken. Een AI-systeem volgt dezelfde stappen zoals mensen leren percipiëren. Eerst wordt het AI-systeem gepresenteerd met de verschillende mogelijkheden en classificaties. Daarna verwerkt deze de ontvangen data en probeert het gelijkenissen, patronen en verbanden te vinden zonder dat het geprogrammeerd is deze kenmerken te zoeken. Uiteindelijk zal de AI zichzelf verbeteren en zichzelf verder ontwikkelen.

Door middel van complexe algoritmes zijn sommige vormen van technologie in staat om uit eigen beweging creatieve en artistieke werken te produceren. Denk maar aan de kunstwerken van eDavid en het lied Daddy’s car, terug te vinden op Youtube. Indien deze werken door mensen waren gemaakt, verkregen de makers in België hier automatisch het auteursrecht op.

Een auteur

Om te kunnen bepalen of een creatie door een AI al dan niet via het auteursrecht beschermd kan worden, onderzoeken we of de bestaande wettelijke principes van toepassing zijn op deze nieuwe technologische ontwikkelingen. Laten we even kijken naar het Belgisch auteursrecht. Iedere artistieke activiteit die voortvloeit uit de menselijke geest en de persoonlijke stempel van de auteur draagt, valt automatisch onder het auteursrecht. Met andere woorden: om auteursrechten te genieten op je creatie is het vereist dat het werk een “concrete vorm” heeft aangenomen en het “origineel” is. Originaliteit betekent in essentie dat de maker er zijn persoonlijke stempel op gedrukt heeft door zelf creatieve keuzes te maken.

Wat ‘machine made creations’ betreft, rijst de vraag of we hier kunnen spreken over originaliteit. Onlangs werd een gelijkaardige problematiek fel bediscussieerd in de juridische wereld naar aanleiding van het Monkey Selfie-incident. Hier werd de vraag gesteld of een aap auteursrecht kon claimen op een selfie gemaakt met het fototoestel van de fotograaf. Er werd beslist dat de selfie noch diens eigendom, noch die van de eigenaar van het fototoestel was. Het was dan ook eerder toevallig dat de aap op het juiste opgenblik, op de juiste knop en vanuit de juiste hoek drukte. Van een creatieve keuze en persoonlijke stempel was geen sprake.

Of diezelfde redenering ook opgaat voor een AI is echter minder voor de hand liggend. Daar kunnen we duidelijk wel spreken van een creatief proces dat aanleiding kan geven tot vestiging van auteursrechten, gezien de ‘persoonlijke’ stempel.

Bij de Monkey Selfie werd bovendien aangehaald dat een aap een rechtsobject is en hoe dan ook geen aanspraak kan maken op auteursrechten. Is een AI ook een rechtsobject, ondanks de mogelijkheid zelfstandig te redeneren zoals een mens (rechtssubject)? De Belgische wet stelt dat enkel een natuurlijke persoon auteursrechten kan verwerven. In de Verenigde Staten gaat men nog een stap verder.  Daar stelt de wet dat ‘in order to be entitled to copyright registration, a work must be the product of human authorship. Works produced by mechanical processes or random selection without any contribution by a human author are not registrable’.

In de Verenigde Staten heeft men dus al rekening gehouden met auteursrecht door een machine of mechanisch proces en heeft men dit uitdrukkelijk uitgesloten. In België is die uitbreiding van de regel er nog niet. We kunnen enkel impliciet uit de bewoording afleiden dat een AI geen auteursrecht kan verwerven, gezien het geen natuurlijke persoon is. Nochtans is de manier waarop een AI tot een creatie komt vergelijkbaar met het menselijke proces.

Een slaaf

De basisregel in het auteursrecht is dat de natuurlijke persoon die het werk maakt, ook het auteursrecht geniet. Als we stellen dat ‘natuurlijke persoon’ er enkel uitdrukkelijk staat omwille van het cognitieve en creatieve proces, kunnen we gelijk ook stellen dat een AI auteursrechten kan verwerven. Een AI is immers gekenmerkt door zijn autonomie in denken.

In de praktijk is dit natuurlijk moeilijker. Een AI kan zijn rechten niet uitoefenen en moeilijk aansprakelijk gesteld worden voor een inbreuk op andere rechten. Kunnen we de AI dan eventueel kwalificeren als een werknemer of opdrachtnemer die handelt onder de instructies, de leiding en het toezicht van een werkgever of opdrachtnemer?

De basisregel bij werken gemaakt in opdracht, is dat de maker steeds het auteursrecht behoudt terwijl de opdrachtgever enkel een gebruiksrecht verwerft. Hier kan wel contractueel van worden afgeweken. Aangezien er voorlopig nog geen contracten met een AI afgesloten kunnen worden, biedt dit geen oplossing. Dit betekent dat je überhaupt geen arbeidsovereenkomst kan afsluiten met een AI, waardoor die niet als werknemer gekwalificeerd kan worden.

Er is dus duidelijk nood zijn aan een specifiek wettelijk kader dat stelt dat in het geval een creatie gemaakt wordt door een AI, het auteursrecht automatisch wordt overgedragen aan de opdrachtgever. Dit vermoeden van overdracht bestaat op dit ogenblik enkel in de relatie tussen werkgever en werknemer bij de ontwikkeling van software. In dit geval beschouw je de AI eigenlijk wel nog steeds als eerste auteur en dus een rechtssubject dat de mogelijkheid heeft om zijn rechten over te dragen.

De andere, meer realistische, optie is om een AI te beschouwen als een rechtsobject of een loutere machine. In dat geval ligt het auteursrecht bij diegene die de input geeft aan de AI en louter gebruik maakt van zijn functies om een werk te creëren. Net zoals je een werk zou componeren door toetsen in te drukken op een piano.

Praktisch gezien is dit de betere optie. Dit voorkomt dat er ooit een discussie kan ontstaan over bepaalde rechten, zoals de morele rechten, het auteursrecht van de AI zelf, de overdracht, enzovoort. De AI wordt dan loutere tool die slaafs taken volbrengt die tot het voordeel strekken van zijn meester.

Een eventuele derde optie is om te stellen dat het auteursrecht aan niemand toebehoort. De creatie van de AI wordt op dat moment gekwalificeerd als een uitzondering op het auteursrecht waardoor de creatie tot het publiek domein behoort. In deze hypothese kan het werk niet toebehoren aan de AI zelf omdat het een rechtsobject is, maar ook niet aan een mens omdat het niet om een eigen creatie gaat met een persoonlijke stempel. Dit zou echter nefaste gevolgen hebben voor de ontwikkelingen in AI. Waarom zou men de investering maken, wanneer deze investering nooit zal kunnen renderen? Een mogelijkheid zou zijn om net zoals bij Open Source software, te teren op de bugfixes en bijkomende dienstverlening van de openlijk beschikbare software.

Conclusie  

Zijn we klaar voor deze veranderingen? Niet echt. AI-technologie staat al behoorlijk ver en zal sneller ingeburgerd zijn dan we een paar jaar geleden – of zelfs nu – zouden vermoeden. Dergelijke technologie brengt veel juridische vragen met zich mee. Wie het auteursrecht bezit op de creaties is slechts één van deze vragen. We zouden ons ook kunnen afvragen wie de aansprakelijkheid draagt in het geval er iets fout loopt. Er is nauwelijks enig wettelijk kader terug te vinden.

Zoals het vaak gaat, hinkt de wetgever achterop bij deze technologische ontwikkelingen. Of dit te wijten is aan het logge wetgevende apparaat of aan het razendsnelle tempo van vooruitgang in de technologie, laten we in het midden. Het is de taak van experten in de praktijk om de wetgever attent te maken op de hiaten in de bestaande wetgeving en bewustzijn te creëren voor eventueel toekomstige problemen. Een gewaarschuwde wetgever is er twee waard.

Dit artikel werd geschreven door Jan-Willem Lust, European Head of Legal bij theJurists Europe (deJuristen / lesJuristes / theJurists) en Thomas Vermaerke, IT/IP jurist bij deJuristen.