09/04/2019

In sneltempo is vorige week een controversieel wetsvoorstel door het Parlement gesluisd. Amper een week na het indienen ervan werd het (bijna unaniem) al op 21 maart 2019 goedgekeurd.  Het gaat om  het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Economisch Recht wat het misbruik van een aanmerkelijke machtspositie betreft[1]. Enkele regels wat betreft oneerlijke contractsbedingen die momenteel al gelden bij B2C-verhoudingen worden ook van toepassing bij B2B. De nieuwe wetgeving heeft als doel de bescherming van ondernemingen tegen anderen ondernemingen. Met andere woorden: de vrijheid die een B2B-verhouding momenteel als voordeel geniet, zal in de toekomst grotendeels komen te vervallen. Dramatisch voor ondernemingen.

Tijd voor verandering

De hoge beschermingsmaatregelen die consumenten momenteel genieten, worden in de toekomst grotendeels ook van toepassing tussen ondernemingen. Zulke ingrijpende maatregelen werden in het verleden als een te grote beperking van de contractsvrijheid en de vrijheid van ondernemen beschouwd. Zowel op nationaal als op Europees niveau is de laatste jaren het besef gegroeid dat de bestaande mechanismen niet meer volstaan om oneerlijke praktijken tussen ondernemingen tegen te gaan. Onze buurlanden hebben reeds de overstap gemaakt naar een dwingende regeling. België is de volgende in de rij. Hieronder een korte schets van het wetsvoorstel.

1. Misbruik van economische afhankelijkheid

De nieuwe wet zal voorzien in een verbod op misbruik van economische afhankelijkheid. Het gaat hierbij over een verruiming op het verbod van misbruik van machtspositie. Het vervelende bij misbruik van machtspositie is dat je eerst moet kunnen aantonen dat een bepaalde onderneming over dergelijke machtspositie beschikt. Dit zal niet meer nodig zijn eens de nieuwe regel in werking treedt, want het zal voldoende zijn dat een onderneming economisch afhankelijk is van een andere onderneming. Wanneer deze situatie zich voordoet en er ook sprake is van misbruik, zal er al gesanctioneerd kunnen worden.  De boetes zullen wel lager zijn dan bij een misbruik van machtspositie en zullen namelijk slechts maximaal 2% van de omzet mogen bedragen. Voor misbruik van machtspositie zijn momenteel boetes tot 10 % van de jaaromzet mogelijk.

 2. Onrechtmatige bedingen in overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen

Na de inwerkingtreding van de nieuwe wet zal een rechter niet alleen controle kunnen uitvoeren over de bedingen van overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten (B2C), maar ook over bedingen in B2B-overeenkomsten.

De laatste jaren groeide het besef dat ook ondernemingen via overeenkomsten onderling misbruik kunnen maken van elkaar. Dit gebeurt meestal in overeenkomsten tussen een grote onderneming en een KMO. Een KMO heeft meestal minder middelen en kennis om onevenwichtigheden in een overeenkomst te herkennen en zal hier dus rapper de dupe van zijn. In een B2C-context had men onder andere via de regels inzake onrechtmatige bedingen bepaalde beschermingsmechanismen ingebouwd om de consument te beschermen tegen de onderneming. Gelijkaardige beschermingsmechanismen worden nu ook ingevoerd in een B2B context. De regeling krijgt echter een nog ruimer toepassingsgebied, het gaat namelijk over alle overeenkomsten tussen ondernemingen in de ruime zin van Boek VI WER, en niet alleen over overeenkomsten tussen grote ondernemingen en KMO’s.

De controle zal gebeuren aan de hand van een zwarte lijst van clausules die in alle omstandigheden onrechtmatig zijn, een grijze lijst waar een vermoeden van onrechtmatigheid bestaat en een algemene toetsingsnorm. Die algemene toetsingsnorm zal nagaan of er via de clausule een kennelijk onevenwicht tussen de partijen wordt gecreëerd. Kernbedingen zullen niet gecontroleerd worden zolang zij duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Een voorbeeld van een beding dat op de zwarte lijst staat is een beding dat ertoe strekt in geval van betwisting de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming. Op de grijze lijst staat bijvoorbeeld een beding dat ertoe strekt de onderneming het recht te verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigingen.

Wanneer een beding als onrechtmatig wordt gekwalificeerd zal dit leiden tot relatieve nietigheid van de clausule. Dit kan grote gevolgen met zich meebrengen. Neem nu een beding dat een kennelijk bovenmatige schadevergoeding vaststelt. Onder het gemeen recht zou de sanctie een matiging zijn, maar zal er wel nog steeds een schadevergoeding gevraagd kunnen worden. Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving zal de clausule onmiddellijk nietig verklaard worden en zal er zelfs helemaal geen aanspraak meer kunnen gemaakt worden op een schadevergoeding.

3. Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen

Momenteel bestaat reeds een norm in het consumentenrecht die oneerlijke marktpraktijken verbiedt ter bescherming van de consument. De nieuwe wet zal de parallel voor het verbod op oneerlijke marktpraktijken doortrekken naar B2B verhoudingen. De wet zal in een verruiming voorzien met betrekking tot regels inzake misleidende en agressieve handelspraktijken en misleidende omissie. Er zullen ook strafsancties voorzien worden bij overtredingen van de nieuwe bepalingen die gaan over misleidende en agressieve praktijken.

Niet over één nacht ijs gaan, remember?

De komst van de wetgeving roept bij veel mensen onrust en vragen op. De vraag stelt zich bijvoorbeeld of er een grote impact merkbaar zal zijn bij bedrijven wat betreft hun manier van onderhandelen en contracteren. In ieder geval is het denkbaar dat veel ondernemingen niet vrolijk zullen worden van de nieuwe verplichtingen. Er werd ook nooit een degelijke impactstudie van de nieuwe regelgeving gemaakt en ook grondig advies van de Raad van State ontbreekt. Men kan zich afvragen of men bij het maken van de nieuwe wetgeving misschien te kort door de  bocht gegaan is, door blindelings een aantal concepten te kopiëren uit de B2C-context, terwijl B2B iets helemaal anders is.

De nieuwe wetgeving zal naar alle waarschijnlijkheid ergens tegen het einde van 2020 in werking treden en zal alleen van toepassing zijn op nieuwe contracten. Ook zullen er ruime overgangstermijnen voorzien zijn, waardoor de wet niet plotsklaps van toepassing is.

Voor eventuele vragen over de impact op uw onderneming kan u ons steeds contacteren via contact@dejuristen.be

Ester Vandendaele en Adeline Simonis

 

 

[1] Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Economisch Recht wat het misbruik van een aanmerkelijke machtspositie betreft, Parl. St. Kamer 2018-2019, nr. 1451/008.