leestijd: circa 5 minuten.

29/11/2017

Journalisten hebben het recht om kritiek te uiten op politieke besluitvorming; zo oordeelde een recente uitspraak van de Antwerpse rechtbank van koophandel. De aanleiding van het dispuut betrof het boek ‘De illegale Ghelamco Arena, als politici zich moet voetbal bemoeien’ van schrijver Ignaas Vandewalle. Volgens CEO Paul Gheysens, Ghelamco Group en bouwpromotor Ghelamco zou het boek afbreuk doen aan de opgebouwde reputatie en het imago van merk Ghelamco. Grotendeels gestoeld op dit argument stelden ze een stakingsvordering in tegen de uitgeverij van het boek om zo elke publicatie van het boek te verhinderen. De Antwerpse rechtbank besliste echter in het voordeel van de journalistieke vrijheid en liet de verschijning van het werk ongemoeid.

Wanneer is er sprake van een inbreuk op de reputatie van een merk?

Om op Benelux- of Europees niveau te spreken van een niet-toegestane afbreuk aan de reputatie van een merk moet voldaan zijn aan verschillende voorwaarden. Zo moet duidelijk blijken dat de manier waarop het merk – in dit geval in het boek – wordt weergegeven, schadelijk kan zijn. Bovendien moet worden aangetoond dat er geen geldige reden voorhanden is.

Een opmerkelijke zaak die als voorbeeld kan dienen om bovenstaande voorwaarden te illustreren, is die van de alom bekende en luxueuze schoenproducent, Louboutin. In een politieke campagne werd namelijk reclame gemaakt onder de naam ‘Vrouwen tegen islamisering’, waarbij een rode schoenzool werd afgebeeld. Uit een interview met de leidster van het politieke gebeuren bleek dat bewust voor een hak met rode zool werd gekozen. Op die manier werd de link met Louboutin snel gelegd en zou men dus snel denken aan de luxe en het pronken dat de Westerse wereld kenmerkt. Louboutin gaf duidelijk aan niet opgezet te zijn met deze merkinbreuk. Niet alleen werd geen toestemming gevraagd aan de schoenproducent, bovendien werd door het gebruik van de rode zool in de campagne schade aangebracht aan de reputatie van het merk. Er was met andere woorden geen geldige reden waarom het merk in de vorm van een politieke campagne kon gebruikt worden. Een verbod op het verdere gebruik ervan, werd om die reden geëist.

Persvrijheid

In de zaak rond de Ghelamco Group heeft de rechter beslist dat er wel degelijk een geldige reden bestaat om het boek te publiceren. De ingestelde stakingsvordering werd dan ook afgewezen. Journalistiek onderzoek moet niet dermate wijken in het voordeel van de merkenbescherming, vermits de persvrijheid onontbeerlijk is in een democratische samenleving.

In België bestaat in deze context een grondwettelijke grondslag die dat recht op de persvrijheid zelfs verder bestendigt en het een fundamenteel karakter toekent. Zo geldt het niet alleen voor de auteurs van de werken, maar ook voor de uitgevers en drukkers. Hoewel de eisers de zaak aanspanden tegen de uitgever van het boek, kon ook deze terugvallen op het fundamentele recht op persvrijheid.

Wetenschappelijk onderzoek

Verder geldt dat een merkhouder niet kan optreden tegen het gebruik van zijn merk in wetenschappelijke publicaties. Op deze manier geldt dus niet enkel bescherming voor de persvrijheid, maar wordt ook het recht om wetenschappelijk stukken te publiceren met enige vermelding van een merk, gewaarborgd.

Vrijgeleide voor de media?

Dat in de Ghelamco-zaak werd vastgesteld dat de uitgever geen merkinbreuk pleegde, betekent echter nog niet dat actoren binnen de media een vrijgeleide krijgen om het recht op de persvrijheid een eigen interpretatie toe te kennen.
Zo wordt in merkenrechtelijke context duidelijk gesteld dat de media bij voorbaat niet zomaar is vrijgesteld. De beoordeling of er dus sprake is van een merkinbreuk zal dan ook geval per geval worden beoordeeld door de rechtbank. Zo moet steeds gekeken worden wat met de vermelding of het gebruik van het merk in een bepaalde context wordt beoogd. Indien zou blijken dat het gebruik van een merk in boeken, tijdschriften, kranten en zelfs andere communicatiemiddelen nodig of zelfs maar nuttig blijkt, zal er geen sprake zijn van een merkenrechtelijke inbreuk. Tot een inbreuk kan dan ook enkel besloten worden wanneer de vermelding niet tot doelstelling had om informatie over te brengen en enkel waarde heeft als bijkomend lokmiddel.

Conclusie

Ghelamco Group, bouwpromotor Ghelamco en Paul Gheysens konden zich niet vinden in het gebruik van hun merknaam voor een boek en voerden reputatieschade aan. Uit de regels die volgen uit het merkenrecht blijkt echter dat een merk geen absolute rechten toekent. Het gebruik van een merk kan gerechtvaardigd zijn, onder andere ter bescherming van de journalistieke vrijheid en in wetenschappelijke publicaties. De beoordeling over de rechtmatigheid van het gebruik zal echter zaak per zaak worden beoordeeld, vermits de media als actor, niet zomaar een vrijgeleide wordt toegekend. Had de rechter in bovenstaande zaak vastgesteld dat het gebruik van het merk geen informatieoverdracht beoogt, maar enkel als lokmiddel dient, dan zou deze naar alle waarschijnlijk geoordeeld hebben in het nadeel van de uitgever. In dergelijk geval wordt er immers geen rechtmatig gebruik gemaakt van het merk en is er bijgevolg sprake van een merkinbreuk.

Geschreven door Thomas Commère.