17/07/2018

leestijd: 6 min

Veel gebruikers zien Facebook nog steeds als een afgesloten ruimte op het internet, waarin ze vrank en vrij met elkaar kunnen praten. Ondertussen weten we al dat Mark Zuckerberg of één of andere adverteerder al eens graag meeleest. Na een recent arrest van het hoogste gerechtshof in Duitsland moeten we binnenkort nog meer pottenkijkers vrezen. Het Bundesgerichtshof heeft er geoordeeld dat ouders de toegang moeten krijgen tot het volledige Facebookprofiel van hun overleden dochter, inclusief de chatberichten.

In 2012 kwam in Duitsland een 15-jarig meisje om het leven na een ongeval met de metro. Gezien de tragische omstandigheden waarin het meisje het leven liet, trachtten haar ouders te achterhalen of het om een wanhoopsdaad ging. De ouders zochten toegang tot het Facebookprofiel van hun dochter, die hen een jaar voordien de logingegevens had gegeven. Ondertussen had Facebook het profiel van het betreurde meisje een herdenkingsstatus gegeven, wat aanmelden op het profiel onmogelijk maakte. Zo konden de ouders dus ook niet vrijuit snuisteren door de chatberichten van hun dochter. Daarop stapten de ouders naar het Duitse gerecht, waar hen een lange procedure te wachten stond.

In eerste instantie werden de ouders in het gelijk gesteld. De rechtbank van Berlijn besliste dat Facebook de ouders toegang moest geven tot het profiel van hun dochter. Facebook liet het daar niet bij en trok naar het Hof van beroep. Het Hof van beroep verwierp de claim van de ouders op basis van de Duitse wet van het ‘telecommunicatiegeheim’. Het Hof vond dat de belangen van de ouders niet konden opwegen tegen de vertrouwelijkheid van de telecommunicatie. Daarop verzochten de ouders de hoogste gerechtelijke instantie in Duitsland om zich over de zaak te buigen.

Erf eens een Facebookprofiel

Op donderdag 12 juli overrulede het Bundesgerichtshof het oordeel van het Hof van beroep. Ze baseerde zich hiervoor – net zoals de rechtbank van Berlijn – op de principes van het Duitse erfrecht. Het Hof is van oordeel dat de overeenkomst tussen Facebook en een overleden gebruiker deel uitmaakt van de erfenis. De erfgenamen treden in de rechten van de overledene. Zo moeten de ouders toegang krijgen tot het volledige Facebookprofiel van hun overleden dochter, de chatberichten inbegrepen.

Het voornaamste argument dat het Bundesgerichtshof aanbrengt, is dat de overeenkomst tussen Facebook en de gebruiker geen overeenkomst van ‘louter persoonlijke aard’ is. Je hebt bijvoorbeeld wel te maken met een strikt persoonlijke overeenkomst als je een bepaald schilderij laat maken door een bekende kunstenaar. Het voortbestaan van de overeenkomst is hier onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de kunstenaar. Als die kunstenaar overlijdt, wil je immers niet dat één van zijn erfgenamen zomaar het schilderij gaat afwerken. Het Bundesgerichtshof is echter van mening dat de identiteit van de gebruiker geen essentieel element vormt voor het sluiten van de overeenkomst met Facebook. Het Hof koppelt zo dus het gebruikersprofiel los van de persoon die zich via dit profiel heeft geregistreerd. Een gebruikersprofiel hoeft niet noodzakelijk toe te komen aan één welbepaald persoon. Het Bundesgerichtshof meent dat iedere Facebookgebruiker van in het begin beseft dat er een mogelijkheid bestaat dat ook derden toegang krijgen tot een bepaald gebruikersprofiel. Je weet nooit aan wie een gebruiker zijn of haar wachtwoord doorspeelt.

En de GDPR dan?

De uitspraken in eerste aanleg en beroep kwamen er trouwens voor de inwerkingtreding van de nieuwe Europese privacyverordening (de ‘GDPR’). Ze waren bijgevolg nog gebaseerd op – ondertussen verouderde – Duitse privacywetgeving. Het Bundesgerichtshof moest dus voor het eerst de nieuwe privacyregels in aanmerking nemen. Daarbij stelt het Bundesgerichtshof dat de GDPR enkel van toepassing is op levenden, waardoor de inmenging in de privacy van het meisje zelf geen probleem vormt.

Daarmee is de kous uiteraard niet af. Hoe verantwoord je de dat de ouders inzage krijgen in de persoonlijke chatberichten van andere gebruikers? Hier beroept het Bundesgerichtshof zich op twee rechtsgronden. Ten eerste spelen de ‘gerechtvaardigde belangen’ van de erfgenamen een belangrijke rol. Daarnaast focust het Bundesgerichtshof zich op de ‘uitvoering van de overeenkomst’. Facebook moet de overeenkomst met de gebruiker uitvoeren en toegang tot het gebruikersprofiel blijven verschaffen. Dat ondertussen erfgenamen in de plaats zijn gekomen van de oorspronkelijke gebruiker verandert daar niks aan.

Verboden toegang voor onbevoegden

Facebook deelt de mening dat de afweging tussen de wens van de ouders en de privacy van derden wellicht één van de moeilijkste keuzes is. De sociale netwerksite benadrukt evenwel dat zij de plicht heeft om de privacy van haar gebruikers te beschermen. Facebook wijst bovendien op het feit dat de gebruikers die gechat hebben met het meisje er niet vanuit konden gaan dat hun berichten ooit door derden gelezen zouden worden.

Op dit moment heeft Facebook een duidelijk beleid omtrent gebruikersprofielen van overleden gebruikers. Enerzijds kun je als gebruiker tijdens je leven instellen dat het profiel definitief verwijderd wordt vanaf het ogenblik dat Facebook op de hoogte is van je overlijden. Anderzijds kun je iemand aanduiden om je profiel onder een ‘herdenkingsstatus’ te beheren. Zo staat in de algemene voorwaarden te lezen:

Je kunt iemand aanwijzen […] om je account te beheren als het de herdenkingsstatus heeft. Alleen [die persoon] of een persoon die je hebt aangewezen in een geldig testament […] waaruit duidelijke toestemming blijkt om je inhoud na overlijden of bij onvermogen openbaar te maken, kan vrijgave van je account vragen nadat het de herdenkingsstatus heeft gekregen.

Deze aangeduide persoon heeft echter zeer beperkte mogelijkheden. Hij kan een vastgesteld bericht posten op je profiel, nieuwe vrienden toevoegen, je profiel- en omslagfoto wijzigen of je profiel laten verwijderen. Deze persoon beschikt evenwel niet over de mogelijkheid om je chatberichten te lezen, vrienden te verwijderen of content die je ooit gedeeld hebt te wijzigen. Je chatberichten zijn volgens dit beleid dus verboden terrein. Ze worden als het ware begraven, samen met de overledene.

Liefste dagboek… Of toch niet?

Het Bundesgerichtshof stelt in haar arrest dat je het erven van een Facebookprofiel moet vergelijken met het erven van persoonlijke brieven of dagboeken. Net zoals de ouders een dagboek van hun overleden kind kunnen inkijken, moeten zij ook toegang krijgen tot het Facebookprofiel van dat kind. Het Bundesgerichtshof ziet niet in waarom online assets anders behandeld zouden moeten worden.

Justitie loopt vaak mijlenver achter op de realiteit en dat is bij deze wederom bevestigd. Je zou haast gaan denken dat het Bundesgerichtshof zich van eeuw heeft vergist. Vooreerst omdat anno 2018 bijna niemand nog een dagboek bijhoudt en ook weinig mensen nog persoonlijke geheimen via brieven communiceren. Daarnaast wordt een gebruikersprofiel op Facebook of een ander sociaal netwerk echt wel ervaren als een afgesloten, private ruimte. Daarom ook dat gebruikers er een wachtwoord aan koppelen. De algemene voorwaarden van Facebook stellen uitdrukkelijk dat het geenszins de bedoeling is dat gebruikers hun wachtwoord aan anderen geven of anderen toegang te geven tot hun profiel. Als we op Facebook een chatbericht sturen naar een andere gebruiker, dan is het echt niet de bedoeling dat anderen meelezen. Het heet niet voor niks een ‘private message’. Vooral jongeren zijn heel persoonlijk in hun chatberichten, waardoor de privacybelangen van de gebruikers hier echt wel zwaar moeten doorwegen. De privésfeer die op Facebook gecreëerd wordt, gaat in het huidige tijdsperk veel verder dan dat in een brief of dagboek. De vergelijking tussen een Facebookprofiel en een brief of dagboek gaat dus niet op.

Toch is er één belangrijk detail dat deze zaak dan toch misschien weer doet overhellen naar de kant van de ouders. Het meisje had hen namelijk een jaar voor het ongeval haar wachtwoord gegeven. Dit kan er natuurlijk op wijzen dat ze er geen problemen mee had dat haar ouders inkijk hadden in haar chatberichten. Hierdoor wordt in dit concrete geval de afgeschermde privéruimte op Facebook dus enigszins doorprikt. Maar het Bundesgerichtshof heeft wel degelijk de bedoeling om hier een algemeen precedent van te maken en nam dit feit niet eens mee in haar belangrijkste overwegingen om tot een oordeel te komen. Bovendien gaat dit enkel over de privéruimte van het meisje zelf en niet die van de gebruikers waarmee ze chatte.

In memoriam: onze privacy?

Gezien de privésfeer die onvermijdelijk verbonden is aan een gebruikersprofiel op Facebook, kunnen we niet anders dan – tegen de mening van het Bundesgerichtshof in – concluderen dat een gebruikersovereenkomst met Facebook wél een contract van louter persoonlijke aard is. Deze kwalificatie zou ervoor zorgen zo’n overeenkomst niet gewoon overgaat als deel van de erfenis. Een juridisch kader naar het voorbeeld van het huidige Facebookbeleid zou eventueel een oplossing kunnen bieden. Daarbij zou dan alles toegankelijk zijn voor de erfgenamen, behalve de chatberichten. Hierbij kan er dan wel een mogelijkheid gecreëerd worden om bepaalde specifieke chatberichten op te vragen, uiteraard voor zover er aan de toets van gerechtvaardigde belangen is voldaan. Dan kan er gedacht worden aan een geval waarbij de ouders het wachtwoord al kenden of aan het opvragen van de berichten met één bepaalde persoon omdat er belangrijke informatie kan instaan.

Het vreemde aan deze zaak is dat de rechter ermee instemt dat de ouders het recht in eigen handen nemen. Uiteraard kan het in het kader van een gerechtelijk onderzoek of op vraag van de politie noodzakelijk zijn om chatberichten vrij te geven. Maar de ouders van een overleden meisje zomaar toegang geven tot alle chatberichten van hun dochter om zo een eventuele pestkop te ontmaskeren, gaat wel zeer ver. Het is al vervelend genoeg om te weten dat Mark en zijn adverteerders meelezen, onze erfgenamen houden we er misschien liever buiten. Het is nu afwachten of Facebook het hierbij laat of de uitspraak van het Bundesgerichtshof zal betwisten bij het Europees Hof van Justitie.

Geschreven door Nathan Duhayon en Edward Huyghe.