Deze opinie werd geschreven op 8 augustus 2016 door Matthias Dobbelaere-Welvaert en vertegenwoordigt niet noodzakelijk de opinie van dit kantoor. Matthias is Managing Partner van theJurists Europe (deJuristen/lesJuristes), en professor Copyright & Mediarights bij de Erasmus Hogeschool Brussel.

Er is veel gezegd en geschreven over de racistische boodschappen die verschenen op enkele haatpagina’s op Facebook, alsook onder krantenartikels. Ook nu weer sprongen journalisten op de heisa, gestart door enkelen op Twitter die beter zouden moeten weten. Nu de emoties alweer wat gaan liggen zijn, lijkt het de moeite om het woord te geven aan de ratio, en niet enkel aan persoonlijke gevoelens.

Vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is een recht dat is vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna EVRM). Artikel 10 EVRM stipuleert het volgende: “Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, en bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.”

Hier zou de tekst eigenlijk moeten ophouden. Maar het recht op vrije meningsuiting is geen absoluut recht, helaas. Lid 2 van artikel 10 stelt immers:

Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk (proportioneel en subsidiair) zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.”

De lijst beperkingen is veel te lang, en daar is in juridisch-filosofische kringen al heel wat inkt over gevloeid. Want wat is de vrijheid van meningsuiting als je de vrijheid verliest om te kwetsen? Om een meerderheidsopinie te verkondigen of te bevestigen heb je het recht niet nodig, want niemand zal je een strobreed in de weg leggen zolang je mening conformeert met de gangbare waarden en normen. Het recht toont slechts zijn nut wanneer die welbepaalde mening ingaat tegen de verwachtingen.

Privacy

Een ander stokpaardje van het EVRM, is artikel 8. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer of ‘het recht op privacy’. Waar je het argument stricto sensu van de vrijheid van meningsuiting nog makkelijk kan afwijzen, is het hier een pak lastiger. Is het omdat iemand een kwetsende boodschap schrijft op een publieke Facebook-pagina dat anderen het recht hebben om die boodschap te herpubliceren met naam en foto van de auteur? Ik dacht het niet. Een persoon mag bekendmaken en schrijven wat ie wil. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur is het derden niet toegestaan om de boodschap verder te verspreiden (PS. Enkel Facebook heeft dat recht, zoals gestipuleerd in haar algemene voorwaarden).

Wat dan met de nieuwswaardigheid? Ons recht op informatie? Dat racisme een kwalijke zaak is, moeten we erkennen. We moeten erkennen dat er personen zijn in onze samenleving die anders en bij wijlen op een gevaarlijke wijze kijken op maatschappelijke thema’s. Dat kan evenwel perfect zonder dezelfde personen mee te slepen in een persoonlijke heksenjacht. Dat helpt immers de problematiek niet vooruit (de marginalisering van diezelfde groep gaat dieper), noch de personen in kwestie (het onbegrip dat zij ervaren in de maatschappij wordt immers nog groter). Je kan perfect de boodschappen herhalen (als het auteursrecht zich niet al te veel komt moeien), waarbij de personen geanonimiseerd worden.

Op te merken valt dat artikel 8 EVRM in een uitzondering voorziet voor het openbaar gezag om dit recht op te schorten wanneer het gaat om strafbare feiten of in belang van de nationale veiligheid. Let vooral op de notie van het openbaar gezag, burgers zoals jij en ik hebben dat recht niet. 

Racisme

Laten we dan nog even kijken naar definitie van racisme, zoals voorgeschreven in de Belgische wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (kort de Antiracismewet).

Strafbaar worden gesteld;

  • Aanzetten tot of publiciteit geven aan zijn voornemen tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan wegens een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming
  • (… noties over racisme in bedrijfssfeer)
  • Behoren tot een groep of tot een vereniging die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie bedrijft of verkondigt, dan wel aan zodanige groep of vereniging zijn medewerking verlenen.

We zien dus duidelijk dat deze personen zich weldegelijk strafbaar maken. Om de wet echter praktisch toepasselijk te maken op loutere meningsuitingen, moest de wetgever indertijd sleutelen aan de Belgische Grondwet (!). Voor die wijziging in 1999 was de Belgische Grondwet op vlak van vrije meningsuiting immers een pak toleranter dan het EVRM. In 1999 was het echter gedaan, en werden ook persmisdrijven ingegeven door racisme of xenofobie uitgesloten van het recht. Merk wel op dat het hier gaat op persmisdrijven (in het licht van het Vlaams Blok en haar drukwerk). Belangrijk is wel dat in een moderne rechtstaat, zoals wij hier in België toch op teren, de vervolging uitgaat van een openbare gezagsinstantie en geen online volkstribunaal.

Intellectueel snobisme

Is racisme en xenofobie fout? Afhankelijk van het moreel kompas wat je aandraagt, zal dat zo zijn voor de overgrote meerderheid van de bevolking. Als jurist, en grote voorvechter van artikel 8 en 10 EVRM, ligt de kwestie iets complexer. Hoewel er duidelijk beperkingen zijn aan artikel 10, en hoewel de Antiracismewet duidelijke taal spreekt, is het recht er voor iedereen, en niet enkel wanneer dat het beste uitkomt.

Een mening is immers een mening, en geen feit. “Ik vind aardbeien lekker” of “ik vind aardbeien niet lekker” zijn meningen, niet ondersteund door wetenschappelijk bewijs en bijgevolg een louter subjectieve interpretatie van de auteur. “Aardbeien zijn niet alleen lekker maar ook gezond want rijk aan vitaminen” is geen mening, maar een wetenschappelijk bewezen feit waar je weinig afbreuk aan kan doen. De notie tussen mening en feit is de laatste tijd wel erg verwaterd.

De laatste jaren zijn de online heksenjachten in angstwekkend tempo gegroeid. En dat mag zorgen baren. De vrijheid van meningsuiting is inherent een vrijheid om te kwetsen. Het lijkt evenwel of onze maatschappij dat niet meer aankan. Het lijkt alsof we allemaal dezelfde ideeën, normen en waarden moeten volgen om tot een volwaardig lid van de maatschappij te worden gerekend. Dergelijk intellectueel snobisme is om van te rillen.

Er zijn problemen in de onderbuik van onze samenleving. Mensen voelen zich onbegrepen, en uiten dat op een manier die voor hen – maar niet voor de meerheid – aanvaardbaar lijkt. Dat probleem erkennen is stap 1. Het probleem aanpakken is stap 2. Heksenjachten zoals krantenartikels waarbij enkele auteurs worden geïdentificeerd met naam (en beroep?), of verontwaardigde tweets met screenshots waarbij de personen duidelijk herkenbaar in beeld worden gebracht is niet het probleem aanpakken. Het is integendeel een versterking van polarisatie tussen links en rechts, tussen xenofoob en verdraagzaam, tussen intellectueel snobisme en marginaliteit.

Het recht discrimineert niet. Het is voor iedereen, ongeacht welk moreel kompas je denkt over te beschikken. Het recht en de wet is met andere woorden heel soms intelligenter dan de subjectieve en bij wijlen hypocriete samenleving. Ons vel is beduidend dun geworden. Een mening mag geen pijn meer doen. Een mening mag niet meer kwetsen. Je moet behoedzaam lopen over de wankele kasseien van onze maatschappelijke goede zeden. Het is genoeg geweest. Als ik jou of je waarden kwets met dit artikel, dan is mijn vrijheid intact en mijn recht uitgeoefend. Het staat je vrij om mij terug (trachten) te kwetsen met jouw opinie.

My idea of an agreeable person is a person who agrees with me. ” – Benjamin Disraeli