Deze opinie verscheen eerst in De Tijd. Ook collega Morgane Van Ermengem van theJurists London schreef een stuk voor De Morgen, en collega Joris Voorhuis van deJuristen Amsterdam schreef een stuk voor De Volkskrant. 

De Tijd: artikel lezen. De Morgen: artikel lezen. De Volkskrant: artikel lezen


Monsterboete

Google kreeg dinsdag het verdict van een jarenlange strijd te horen. 2,42 miljard euro, dat is de tik die de Europese Commissie Google uitdeelt, een recordboete. Het is beduidend meer dan ze verwachtte, aangezien de speculaties rond de boete eerder rond 1 miljard euro draaiden. De EC wijst de duur en ernst van de inbreuk aan, als staving van de monsterboete.

Het moederbedrijf Alphabet Inc (eigenaar van oa. Google) misbruikt volgens de EC zijn zoekmachine om de eigen ontwikkelde Google Shopping op de voorgrond te plaatsen, ten nadele van concurrerende aanbieders. Na zeven jaar onderzoek en talloze klachten van kleine e-commerce spelers en grote concerns als Microsoft en News Corp. hakt Europa de knoop finaal door: de consument is benadeeld.

Inbreuk op de EU-antitrustregels.

De EC motiveert haar beslissing op twee hoofdargumenten. Vooreerst zou Google zijn eigen prijsvergelijkingsdienst systematisch een prominente plaats hebben gegeven. Wanneer de consument een zoekopdracht voor een product ingeeft, zou het Google Shopping resultaat bovenaan – of bijna bovenaan, volgens de mededeling van de EC – worden weergegeven.

Daarnaast zou Google concurrerende prijsvergelijkingssites onderaan de zoekresultaten geplaatst hebben. Prijsvergelijkingsdiensten van concurrenten volgens de normale Google algoritmes, en worden dus weergegeven op basis van de generieke. Google heeft een aantal criteria in die algoritmen opgenomen waardoor prijsvergelijkingsdiensten van concurrenten onderaan worden geplaatst. Gebleken is dat zelfs de hoogst gerangschikte concurrerende dienst gemiddeld pas op de vierde pagina van de zoekresultaten van Google komt, en andere zelfs nog verder. De eigen prijsvergelijkingsdienst van Google is niet afhankelijk van de generieke zoekalgoritmen van Google, en wordt ook niet onderaan geplaatst.

Deze praktijken maken volgens de EC dus een inbreuk op haar antitrustregels, omdat Google hier gebruik zou maken van haar machtspositie (wat op zich geen inbreuk uitmaakt) en daarbij op illegale wijze haar eigen prijsvergelijkingsdienst bevoordeelt (wel een inbreuk).

Google: het zwarte schaap

Google reageert vrij gematigd bij monde van haar topjurist Kent Walker. Zij wijst erop dat consumenten geen tijd willen verliezen door nogmaals te worden doorverwezen naar een prijsvergelijker, maar liever meteen (advertenties voor) het product willen bekijken waarnaar ze op zoek zijn. De EC onderschat volgens haar het belang hiervan voor de consument, die snel en eenvoudig wil geholpen worden in zijn zoekopdracht. Zij wijst er zelfs op dat hierdoor kleinere e-commerce websites juist meer slagkracht hebben tegenover bestaande grootmachten zoals Amazon en eBay.

Belangrijker is wat tussen de lijnen staat. Google weerlegt immers, zij het met weinig woorden, het hoofdargument van de EC (dat zij op illegale wijze haar eigen dienst voordeel toekent): Our ability to do that well isn’t favoring ourselves, or any particular site or seller–it’s the result of hard work and constant innovation, based on user feedback.

Met andere woorden: Google weet heel goed hoe Google werkt, en daardoor heeft ze een voordeel. Logisch toch?

Een commercieel bedrijf doet commerciële zaken

Ik heb het altijd moeilijk gehad met antitrustzaken. Zo ook toen Microsoft ooit zwaar op de vingers werd getikt omdat het zijn eigen Internet Explorer standaard installeerde op het eigen OS (Operating System) Windows. Google is een commercieel bedrijf dat commerciële oplossingen aanbiedt. Het klopt dat zij een machtspositie heeft, maar die machtspositie heeft ze op een rechtmatige wijze verworven door nu eenmaal de beste dienst te leveren. Zij heeft doorheen de jaren stevige concurrentie voor de kiezen gehad: Bing (van Microsoft) en Yahoo, om er maar een paar te noemen. Geen kleine partijen zonder budget dus.

Wandelt u even mee in een klein gedachtenexperiment. U wandelt op een lukrake zaterdag een markthal binnen. Laten we nu even Flanders Expo nemen, die in handen van Google is. Als u daar binnenkomt, zou u het onlogisch vinden om eerst enkele standen te zien van Google zelf, daarna die van Amazon en vervolgens de andere aanbieders? Laten we wel wezen: u hoeft helemaal niet die Flanders Expo binnen te stappen. U bent vrij om bijvoorbeeld de Nekkerhal te bezoeken, ook al is dat misschien minder efficiënt. De autostrade is van geen van beide partijen (het internet), enkel de markthal ligt in handen van een andere aanbieder.

Ik geef grif toe dat dergelijke analogie het probleem niet helemaal correct kan vatten, de digitale snelweg verschilt grondig van de fysieke. Flanders Expo heeft niet dezelfde machtspositie als een Google heeft. De principes blijven echter dezelfde: een commercieel bedrijf zal voorrang geven aan haar eigen commerciële diensten. Google is in de eerste plaats een adverteerder, en dan pas een zoekmachine. Zij draait gigantische omzetten met advertentiebudgetten, waarmee zij haar open en gratis zoekmachine kan financieren. Gaan straks klassieke adverteerders Google ook juridisch aanspreken omdat zij haar tekstuele Google Ads bovenaan de zoekresultaten plaatst?

Opmerkelijk: De ITIF betreurt de uitspraak van de Commissie juist. De denktank op het gebied van technologie en innovatie vindt dat dit zowel voor de consument als voor de innovatie in zijn algemeenheid slecht nieuws is. ‘Europa heeft feitelijk geconcludeerd dat sommige bedrijven te groot zijn geworden om nog te mogen innoveren.’ Volgens de ITIF zullen grote technologische spelers huiverig worden om innovatieve diensten te maken.

Indien Google ervoor gekozen heeft (want dat blijft nog steeds onduidelijk) om de eigen diensten inderdaad buiten alle Google algoritmes te plaatsen, dan is dit inderdaad weinig grootmoedig van de marktleider, maar daarom hoeft de EC nog steeds geen recordboete uit te delen aan een commerciële speler. Het lijkt wel alsof ze steevast grote, dominante (en al te vaak Amerikaanse) spelers financieel wil bestraffen omdat hun innovatieve producten beter zijn dan die van Europese tegenspelers. Zo werkt de markt niet.

Wie het ‘beste’ product of dienst heeft, dient nog altijd door de consument te worden beslist, en niet door Europese bureaucraten.

Deze opinie verscheen eerst De Tijd en is geschreven door Matthias Dobbelaere-Welvaert, managing partner bij theJurists Europe (deJuristen/lesJuristes/theJurists). Matthias doceert ook ‘Copyright and Mediarights’ aan de Erasmus Hogeschool Brussel en is gespecialiseerd in privacy en vrije meningsuiting.